Gepland

Meten met RIVM

Print Friendly, PDF & Email

Het RIVM organiseerde 6 december het symposium Samen Meten. Aandacht werd gevraagd voor de huidige mogelijkheden en wat burgers kunnen doen met zelfmeten van hun leefomgeving.

Tijdens het Symposium deelden gemeenten en burgers hun ervaringen met het (zelf) meten van het milieu. En het gaat allang niet meer over luchtkwaliteit alleen, ook geluid(soverlast), temperatuur, vochtigheid, waterkwaliteit, straling. Alles wat de directe  leefomgeving wenst te weten is te meten.  Of het nu in de stad, bij de industrie of op het platteland is. In speciale innovatielabs, smart city projecten of als buurtinitiatief. Er wordt steeds meer gemeten met goedkope sensoren.

Het RIVM wil in eerste instantie de burgers bewust te maken van hun leefomgeving. RIVM meet de leefomgeving op een aantal punten. Ook op luchtkwaliteit, op maar een beperkt aantal plekken in het land. Voor de rest van het land, op straatniveau zelfs, berekent het RIVM de luchtkwaliteit met modellen. Dat kan wel eens leiden tot onnauwkeurigheden, door verkeerde data en/of feitelijk veel meer en vervuilend verkeer. Daarom zet het RIVM in op meer meetpunten en dat combineren met andere databronnen. Gedacht wordt daarbij aan satellietdata en real-time verkeersdata te koppelen aan de RIVM-modellen.

Experimentele technologie
Marita Voogt, coördinator innovatie milieumonitoring bij het RIVM zegt over de huidige (goedkope) sensoren, dat je de metingen niet kunt gebruiken om aan grenswaarden te toetsen, maar je kunt bijvoorbeeld wel signaleren. Dat de kwaliteit lager of soms nog onbekend is, moet geen rem zijn op het experimenteren. Burgers begrijpen dit vaak wel, zeker als ze zelf een tijdje aan het experimenteren zijn. Het gaat bovendien niet alleen om de metingen zelf, maar ook om de sociale context waarin burgers zelf gaan meten.

Aanpak
De burgercoöperatie AiREAS heeft zelf eerst verbinding gezocht en gevonden met kennisinstellingen. Daarna is de gemeente Eindhoven aangehaakt. In die gemeente hangen nu sensoren aan lantarenpalen, maar ook zijn er plannen om burgers zelf te laten meten.  De provincie Zuid-Holland is het experiment met zelf metende burgers aangegaan, omdat men merkte dat het vertrouwen in data van de overheid afneemt. Ook de nieuwe Omgevingswet zorgt voor veranderingen. Data zijn nodig om voor de burger een gesprek mogelijk te maken. Vanuit de overheid wordt zo’n project meer gezien als een sociaal dan een wetenschappelijk experiment: hoe gaan burgers met dit soort participatieve experimenten om? Maar in de bijeenkomsten blijkt dat burgers ook meedoen die data willen vergaren als bewijslast. Iedereen heeft andere belangen.  In Nijmegen bestaat er al een hele infrastructuur. Daar hang je een meetsensor (geen goedkope € 800,-) in en je kan meteen de resultaten zien op het SMART EMISSION PORTAL.

Doen
Uitgangspunt van een burgergroep uit de regio Rotterdam bleek bij het zelfmeten, dat zij focussen op de WHO-normen en niet zozeer op de veel hogere (politieke) Europese norm. Dat is wel zo eerlijk en gezonder, maar maakt het voor de overheid nog lastigere om op korte termijn te voldoen aan die normen. Lees ook Schone Lucht NU over de uitspraak van de rechter dat er op korte termijn op plekken waar dat nog niet zo is, echt iets concreets gedaan moet worden aan de luchtkwaliteit.

Dataportaal Samen Meten
Door RIVM werd een eerste versie gepresenteerd van het dataportaal Samen Meten. Hierin kunnen burgers en overheden hun metingen van de leefomgeving centraal zichtbaar maken. Gegevens van verschillende projecten waarin burgers luchtkwaliteit meten worden zo gedeeld. Ook andere sensoren voor de kwaliteit van de leefomgeving, zoals geluid, kunnen er een plek krijgen. Data van projecten als Smart Emission en AiREAS komen er t.z.t. op te staan. Dus alles een portaal, als publieksinformatie. De meetgegevens in het portaal zijn op verschillende manieren te visualiseren. De kwaliteit van de gegevens is niet altijd bekend. Om het delen van sensordata te stimuleren biedt het portaal ook hulp bij het duiden van de meetwaarden en onderzoekt het RIVM methoden voor het ijken van sensoren, ook als ze niet naast een referentiemeting hebben gestaan.

Privacy en security
Een van de issues waar nog geen pasklare oplossing voor is, heeft te maken van privacy. Tijdens het symposium kwam naar voren dat mensen hun data wel willen delen maar niet de exacte locatie. Een oplossing daarvoor is in te bouwen,  zodat de sensor niet naar een adres te herleiden is. Dit gebeurt al met de meetdata van deelnemers uit Nederland aan het project Luftdaten.

Data
De kracht van meten met goedkope sensoren is dat er veel metingen beschikbaar komen. Het RIVM wil de extra data van de burgersensoren bijvoorbeeld gebruiken in het rekenmodel waarmee zij uurlijkse kaarten van de luchtkwaliteit in Nederland maakt. Dat is dus een aanvulling op de kaarten die op luchtmeetnet.nl worden getoond. Nieuw is o.a. het meenemen van binnenstedelijke wegen en de mogelijkheid om sensordata te gebruiken in het model. En er zijn plannen om de kaarten op een hogere resolutie te maken zodat meer detail is te zien.

Waag en RIVM meten samen met bewoners vuurwerk-fijnstof tijdens deze jaarwisseling
In Amsterdam gaat het RIVM samen met de Waag Society tijdens deze jaarwisseling opnieuw fijnstof meten tijdens het afsteken van vuurwerk. De deelnemers delen live de data via het dataportaal. De locaties van de Vuurwerkmeetpunten zijn niet alleen in Amsterdam te vinden, maar door heel Nederland. Ook na het vuurwerk blijven de sensoren meten en zijn de gegevens te zien op het Samen Meten dataportaal.

Bekijk hieronder het videoverslag van het Symposium Samen Meten

Lees hier het verslag van het gehele symposium op de site van het RIVM